Alleenstaand familiemens

‘Willen jullie eigenlijk iets drinken?’ Zonder dat we het doorhebben, zijn we al een half uur aan het praten. Over de flat, de buren, de wijk. Ellen (36) kent de flat al jaren. Eerder woonde ze op een andere verdieping in deze portiek. Een tijd woonde ze bij haar moeder in een andere portiek van dezelfde flat en nu heeft ze deze woning. ‘De brandflat,’ noemt ze de flat. Ze kan elke woning aanwijzen die in brand heeft gestaan. Maar nu is het hier al een tijdje rustig.
‘Alles erin?’ vraagt ze. Ik drink mijn koffie zwart. ‘Maar ik heb Senseo hoor,’ zegt ze. Weet ik wel zeker dat ik dat zwart wil?
‘Hè bah,’ is het instinctieve weerwoord van moeder Christa (56). Zij hoeft alleen een glas water. Ook de koekjes zijn niet naar haar smaak.
Ellens ziet haar moeder wekelijks. Samen spelen ze Rummikub, of ‘Rummikut’, zoals ze het zelf noemen. Wie wint krijg een paar cent van de ander. Al met al doen ze de opbrengst van het spelletje in een spaarpotje om er eens per jaar een kop koffie met een taartje van te genieten.
Toen Christa een paar jaar geleden ziek werd, woonde Ellen bij haar om voor haar te zorgen. Het was zwaar, al deed ze het met liefde. Toch is het fijn dat ze nu weer haar eigen stekkie heeft. Met haar eigen meubilair.
Ellen heeft allerlei antieke, houten meubelstukken. Een koffietafel, een vitrinekast, een bankje. Op de antieke houtkachel staat een kat. Die kat heeft ze overgeschilderd zodat hij dezelfde tekening heeft als haar overleden poes. Zwart met een witte bef en witte sokjes.
Naast de eettafel staat een oude platenspeler waar ­bakelieten platen op moeten.
‘Die oude meuk. Dat is toch niet brocante,’ zegt Christa als we het over de inrichting hebben.
‘Ik vind het wel brocante,’ zegt Ellen. ‘Achter elk van die voorwerpen schuilt een verhaal. Dat is toch mooi!’
Ze kibbelen wat af, die twee, maar je merkt aan alles een intieme band. Christa is een knutselaar. Momenteel maakt ze de schilderijen met kleine diamantjes. ‘Diamond painting’ heet dat. Het portret van Ellen hangt al weken aan haar muur. ‘Ellen is mijn alles.’
Niet alleen haar moeder is welkom. Ook haar jongere broer komt regelmatig langs. In de hoek van de kamer staat een antieke wereldbol. Als je hem opendoet zie je dat het een drankkabinet is. Er staan een paar flessen in. ‘Ik had veel meer, maar die heeft mijn broertje meegenomen. De mooiste flessen heeft hij laten staan.’
Haar Italiaanse vader kwam een week logeren. ‘Voor je het weet is het drie weken later en is hij er nog steeds,’ lacht Ellen. Ze houdt van haar vader, maar is ook blij als hij weer weg is. ‘Dan ben ik weer de enige vrouw in mijn vrouwenhuisje.'